Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:12262

Rechtbank Den Haag · 19-10-2017 · zaaknummer AWB 17/14047

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 26-10-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoeker vraagt verblijf bij zijn moeder (referente), die een verblijfsvergunning asiel heeft gekregen. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker afgewezen omdat referente in eerste instantie heeft verklaard dat verzoeker haar pleegkind is, maar gaande de procedure heeft zij verklaard dat verzoeker haar biologische kind is. Dit laatste heeft referente niet met documenten of anderszins aangetoond. Verzoeker voert aan dat referente in bewijsnood verkeert ten aanzien van haar moederschap van verzoeker. Referente heeft de geboorte van verzoeker niet laten registreren. Dit is haar niet toe te rekenen nu uit de overgelegde stukken blijkt dat registratie van een geboorte geen noodzaak is dat slechts 40% van de geboortes in Eritrea zijn geregistreerd. Dit maakt aannemelijk dat referente de geboorte van verzoeker niet heeft geregistreerd en niet heeft kunnen registreren. Dat er een verplichting zou zijn in Eritrea een kind te laten registreren volgt uit het meest recente algemeen ambtsbericht Eritrea en is gebaseerd op een vertrouwelijk bron. Of deze verplichting geldt, of gold in het geboortejaar van verzoeker (2012), kan niet uit andere openbare bronnen worden afgeleid. Verweerder had dan ook een DNA-onderzoek moeten aanbieden. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Verzoeker bevindt zich momenteel in Soedan, alwaar hij wordt verzorgd door de echtgenoot van referente. Aan die echtgenoot heeft verweerder inmiddels al wel een mvv-nareis verleend. Om in Nederland in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, tweede lid, Vw dient de echtgenoot binnen drie maanden na verstrekking van de mvv naar Nederland te komen. Ter zitting heeft referente verklaard dat als niet voor die tijd ook aan verzoeker een mvv-nareis is verleend, zij zich genoodzaakt ziet tijdelijk naar Soedan af te reizen om hem daar te verzorgen. Onder deze omstandigheden moet worden gesteld dat verzoeker en referente er een groot belang bij hebben dat zij spoedig met elkaar worden herenigd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient dat belang zwaarder te wegen dan het belang van verweerder bij het handhaven van zijn standpunt dat DNA-onderzoek niet is aangewezen. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat verweerder zal worden opgedragen om hangende de beroepsprocedure alsnog het in paragraaf C1/4.4.6 Vc bedoelde DNA-onderzoek aan verzoeker en referente aan te bieden en daarvoor de kosten te dragen.

Rechters

Advocaten

  • C.C. Westermann-Smit

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.