ECLI:NL:RBDHA:2017:11657
Rechtbank Den Haag · 08-09-2017 · zaaknummer AWB 17/2913
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 7 maart 2017 (ECLI:NL:RBDHA:2017:2140) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats het verzoek van eiser tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen en het beroep van eiser aangehouden in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof), die de Sloveense rechter op 13 september 2016 heeft gesteld (zaak C-490/16). Het Hof heeft bij arrest van 26 juli 2017 (A.S. tegen Slovenië, ECLI:EU:C:2017:585) de prejudiciële vragen beantwoord. Naar aanleiding van het arrest van het Hof heeft eiser bericht dat hij zijn beroepsgrond over de uitleg van het begrip ‘illegale inreis’ in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening niet langer handhaaft. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de betekenis van voornoemd arrest van het Hof in de zaak van eiser.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
