Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:11359

Rechtbank Den Haag · 05-10-2017 · zaaknummer AWB 17/10140

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 06-10-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres is minister voor Familiezaken en Sociaal Beleid van Turkije. Zij is op 11 maart 2017 vanuit Duitsland Nederland ingereisd met het voornemen om in het gebouw van het Turkse consulaat-generaal in Rotterdam te spreken op een bijeenkomst in verband met het referendum over het amenderen van de Turkse grondwet dat op 16 april 2017 zou worden gehouden in Turkije. Zij is nabij het consulaatsgebouw tegengehouden door de politie. Zij stelt dat zij die nacht door de politie is uitgezet naar Duitsland. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen “een (mondelinge) beschikking van 11 of 12 maart 2017, waarbij zij tot ongewenst vreemdeling is verklaard, klaarblijkelijk alleen mondeling meegedeeld”. Verweerder heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat geen sprake is (geweest) van een ongewenstverklaring in de zin van artikel 67 Vw of het opleggen van een inreisverbod in de zin van artikel 66a Vw. Het beroep van eiseres komt er in de kern op neer dat zij aanvoert dat verweerder heeft miskend dat haar bezwaar tevens was gericht tegen handelingen van verweerder jegens haar als vreemdeling als zodanig, in de zin van artikel 72, derde lid, Vw, zoals bevelen om Nederland onmiddellijk te verlaten en andere tot vertrek strekkende mededelingen en handelingen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen rechtens te respecteren belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Vast staat dat zij is teruggekeerd naar haar land van herkomst. Het doel van haar komst naar Nederland, te weten het spreken ten behoeve van het referendum in Turkije dat op 16 april 2017 is gehouden en dat door het gestelde ontzeggen van verder verblijf door verweerder niet mogelijk was, kan thans niet meer worden bereikt. Uit het beroepschrift blijkt verder dat tussen partijen niet meer in geschil is dat verweerder jegens eiseres geen besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw en geen besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod op grond van artikel 66a Vw heeft genomen. Daaraan kan dus evenmin belang worden ontleend. Eiseres heeft niet geconcretiseerd in welke zin in haar zaak sprake is geweest van een afwijzing van haar persoonlijke gedrag die op de Vreemdelingenwet 2000 of andere vreemdelingenrechtelijke bepalingen is gebaseerd. Voorts heeft zij niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. Dat eiseres geen nationaal rechtsmiddel onbenut wil laten, maakt evenmin dat zij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen het bestreden besluit.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.