ECLI:NL:RBDHA:2017:10848
Rechtbank Den Haag · 14-07-2017 · zaaknummer AWB 16/8989
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft in strijd met zijn vergewisplicht gehandeld door geen nader onderzoek te verrichten naar de verkrijgbaarheid van een niet-geregistreerd medicijn in het licht van de toepasselijke Nigeriaanse regelgeving. Verweerder heeft de aanvraag van eiser om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het medicijn darunavir voor eiser bij terugkeer naar Nigeria aldaar verkrijgbaar is. Niet in geschil is dat darunavir niet bij de National agency for food and drug administration and control (Nafdac) is geregistreerd. Verweerder heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat nu het medicijn darunavir volgens het BMA beschikbaar is, ervan uitgegaan moet worden dat het medicijn in overeenstemming met Nigeriaanse regelgeving en dus legaal verkrijgbaar is, omdat het voor verweerder niet denkbaar is dat het BMA een illegale wijze van verkrijging van een medicijn in haar advies zou opnemen. Darunavir is dan weliswaar niet via registratie bij de Nafdac maar via “pre-authorization” beschikbaar, aldus verweerder. De rechtbank overweegt dat hoewel verweerders standpunt logisch lijkt, dit niet in overeenstemming is met de door eiser overlegde Guidelines for registration of imported drug products in Nigeria’ (NAFDAC/RR/002/00) en de ‘Drug labelling regulations 2005’ van de Nafdac. Dat een medicijn middels een “pre-authorization” beschikbaar zou zijn, blijkt hier niet uit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het gelet op de door eiser opgeroepen en met stukken onderbouwde twijfel op de weg van verweerder had gelegen om met inachtneming van zijn vergewisplicht onderzoek te (laten) doen naar en helderheid te verschaffen over de verkrijgbaarheid van het niet-geregistreerde medicijn darunavir in het licht van de Nigeriaanse regelgeving inzake de registratie van geïmporteerde medicijnen in Nigeria. Het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Hierbij betrekt de rechtbank dat verweerder heeft nagelaten de door hem gestelde mogelijkheid van verkrijging via ‘pre-authorization’ en op welke manier deze wijze van verkrijging zich verhoudt tot de Nigeriaanse regelgeving, met stukken te staven. Gelet op het voorgaande heeft verweerder in strijd met zijn vergewisplicht op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht gehandeld. Het beroep is gegrond
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
