ECLI:NL:RBDHA:2017:10768
Rechtbank Den Haag · 17-08-2017 · zaaknummer NL17.6187
Inhoudsindicatie
Bewaring, KEI equality of arms, Dublinverordening implementatie, gegrond: toelichting gronden. De met KEI ervaren ongemakken maken de aan eiser opgelegde maatregel niet onrechtmatig en kunnen niet tot opheffing daarvan leiden. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting immers desgevraagd aangegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak toegang heeft gehad tot de dossierstukken en stukken aan het dossier heeft kunnen toevoegen. Effectieve rechtsbescherming Eiser voert voorts aan dat sprake is van strijd met het beginsel van effectieve rechtsbescherming, nu unierecht voorschrijft dat de rechter de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring ambtshalve en vol dient te toetsen. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen effectieve rechtsbescherming wordt ontnomen. Voor de rechter geldt een verbod buiten de eis (‘ultra petitum’) te gaan. Er valt voorts geen voorschrift van openbare orde aan te wijzen waaruit volgt dat de rechtbank de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring ambtshalve dient te beoordelen. Dat de bewaringsrechter de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring niet ambtshalve mag toetsen maakt niet dat geen sprake is van effectieve rechtsbescherming of dat (anderszins) unierechtelijke beginselen geschonden zijn, nu eiser gebruik heeft kunnen maken van toegevoegde rechtsbijstand, hij met behulp van de hem toegevoegde gemachtigde het beroep ter toetsing aan de rechtbank heeft kunnen voorleggen en tegen de uitspraak van de rechtbank bovendien hoger beroep openstaat. De rechtbank overweegt voorts dat het niet ambtshalve (mogen) toetsen, onverlet laat dat de rechtbank de maatregel wel vol toetst, zij het dat dit naar aanleiding van de hiertegen gerichte beroepsgronden gebeurt. Implementatie Dublinverordening Er is geen grond voor het oordeel dat artikel 59a Vw buiten toepassing dient te blijven wegens strijd met het unierecht (en hierbij in het bijzonder artikel 28 Dublinverordening). Een verordening heeft rechtstreekse werking en mag niet worden omgezet in nationaal recht. In artikel 59a Vw wordt bovendien rechtstreeks verwezen naar artikel 28 Dublinverordening, zodat duidelijk is dat de maatregel van bewaring geldt met het oog op overdracht voor vreemdelingen op wie de Dublinverordening van toepassing is. Overeenkomstig de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2017:1601) overweegt de rechtbank voorts dat de objectieve criteria op basis waarvan wordt geoordeeld dat er een significant risico op onderduiken bestaat, gelet op het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder n, Dublinverordening, wel in de nationale wetgeving moeten worden vastgelegd. In de Nederlandse wetgeving zijn de criteria waarop een significant risico op onderduiken wordt gebaseerd neergelegd in artikel 5.1b, tweede lid, van het Vb 2000. Beroep gegrond, nu de gronden onvoldoende zijn toegelicht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
