ECLI:NL:RBDHA:2016:9622
Rechtbank Den Haag · 25-07-2016 · zaaknummer 09/827219-16
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring (1F). De rechtbank schetst het toetsingskader en maakt een onderscheid tussen enerzijds het geval dat de bestuursrechter zich reeds inhoudelijk over de ongewenstverklaring heeft uitgelaten en anderzijds de situatie waarin dit niet het geval is. In dat eerste geval kan de strafrechter slechts zelfstandig te onderzoeken sprake is van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht, waarbij dient hierbij te worden gedacht aan kennelijke misslagen, zoals het geval dat een beslissing gebaseerd blijkt te zijn op een evident onjuiste feitelijke grondslag. In het tweede geval kan aan de orde komen of ongewenstverklaring in overeenstemming is met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht. In casu oordeelt de rechtbank dat voldoende rekening is gehouden met de ernst van de feiten en de actualiteit daarvan. Dit maakt dat de rechtbank niet is gebleken van strijd met een Uniebepaling, zodat de beslissing moet worden geacht rechtmatig te zijn. Verdachte wordt vrijgesproken aangezien niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hij ongewenst was verklaard.
Advocaten
Officier van justitie
- C.M. Offers
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
