ECLI:NL:RBDHA:2016:9617
Rechtbank Den Haag · 25-07-2016 · zaaknummer 09/026817-16
Inhoudsindicatie
Inreisverbod voor de duur van tien jaar. De rechtbank schetst het toetsingskader en maakt een onderscheid tussen enerzijds het geval dat de bestuursrechter zich reeds inhoudelijk over het inreisverbod heeft uitgelaten en anderzijds de situatie waarin dit niet het geval is. In dat eerste geval kan de strafrechter slechts zelfstandig te onderzoeken sprake is van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht, waarbij dient hierbij te worden gedacht aan kennelijke misslagen, zoals het geval dat een beslissing gebaseerd blijkt te zijn op een evident onjuiste feitelijke grondslag. In het tweede geval kan aan de orde komen of het inreisverbod in overeenstemming is met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht. De rechtbank gaat er van uit dat de uitleg die het HvJ-EU in het ZH. En O arrest heeft gegeven aan artikel 7, vierde lid, Terugkeerrichtlijn richtinggevend is voor de uitleg van het begrip ‘ernstige bedreiging van de openbare orde’. In casu is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van Unierecht, zodat de grondslag van het inreisverbod rechtmatig moet worden geoordeeld. Beroep op overmacht faalt. Terugkeerrichtlijn doorlopen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van vier maanden
Advocaten
Officier van justitie
- C.M. Offers
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
