ECLI:NL:RBDHA:2016:9590
Rechtbank Den Haag · 12-07-2016 · zaaknummer 09/827162-16
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart bewezen de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging met braak en geweld, maar ontslaat verdachte vervolgens van alle rechtsvervolging (OVAR) omdat het bestanddeel ‘wederrechtelijk(heid)’ ontbreekt in het bewezenverklaarde. De rechtbank veroordeelt verdachte wel voor de subsidiair ten laste gelegde diefstal in verenging met braak. Het feit is gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, maar aangezien niet in de tenlastelegging - en dientengevolge evenmin in de bewezenverklaring - - is opgenomen dat verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in de woning bevond, heeft dit niet te gelden als een wettelijke strafverzwarende omstandigheid. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op van zes maanden.
Advocaten
- C. Wesselink
Officier van justitie
- D.J. de Jong
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
