ECLI:NL:RBDHA:2016:9405
Rechtbank Den Haag · 07-07-2016 · zaaknummer NL16.1386 en 16.1387
Inhoudsindicatie
Eiser heeft de Libische nationaliteit en heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Ingevolge de uitspraak van de Afdeling van de Raad van State van 22 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1759) beoordeelt de bestuursrechter een besluit op een opvolgende aanvraag niet meer volgens het ne bis-kader maar overeenkomstig artikel 8:69 Awb de tegen het besluit door de vreemdeling aangevoerde beroepsgronden. Verweerder heeft de aanvraag op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen nieuwe elementen of bevindingen aan de orde zijn gekomen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen die kunnen afdoen aan het eerdere besluit. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
