ECLI:NL:RBDHA:2016:9356
Rechtbank Den Haag · 02-08-2016 · zaaknummer C/09/512853 / FT RK 16/1293
Inhoudsindicatie
Het is vaste jurisprudentie dat voor faillietverklaring vereist is dat tenminste één vordering opeisbaar is. In het door verzoekster sub 1 aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1681) is bepaald dat uitgangspunt is dat een steunvordering niet opeisbaar behoeft te zijn. Daaruit volgt dus, anders dan betoogd door verzoeksters, niet dat voor pluraliteit van schuldeisers niet van belang zou zijn of een vordering opeisbaar is. Voor faillietverklaring is daarnaast vereist dat de schuldenaar meer dan één schuldeiser heeft. Als steunvordering wordt daartoe een vordering aangevoerd, welke vordering ten tijde van de zitting hooguit € 4,93 bedroeg. Uit het bestaan van een steunvordering vloeit naar vaste jurisprudentie echter niet automatisch voort dat er ook sprake is van een toestand van hebben opgehouden te betalen. Naast de omstandigheid dat verweerster ter zitting aanbood het bedrag gelijk contant af te rekenen, waardoor de steunvordering niet meer zou bestaan, hebben verzoeksters ook voorts onvoldoende aangevoerd dat er sprake zou zijn van een toestand als bedoeld in artikel 1 lid 1 Fw. Zie ook de herstelbeschikking onder ECLI:NL:RBDHA12966
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E. de Feijter
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
