ECLI:NL:RBDHA:2016:9124
Rechtbank Den Haag · 26-07-2016 · zaaknummer AWB 16/6284
Inhoudsindicatie
Nareis – drie maanden-termijn – verschoonbaarheid van termijnoverschrijding. Tussen partijen is niet in geschil dat de termijn van drie maanden waarbinnen de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis moest worden ingediend, is overschreden. In geschil is of deze termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. De rechtbank is van oordeel dat met hetgeen op dit punt is aangevoerd, verweerder niet ten onrechte heeft overwogen dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de termijnoverschrijding van ruim drie maanden niet aan referent is toe te rekenen. Niet is gebleken van omstandigheden die leiden tot een ander oordeel. Een enkele intentie tot het indienen van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis is onvoldoende. De omstandigheid dat referent de hulp van VluchtelingenWerk Nederland heeft ingeroepen, ontslaat eiseres en referent bovendien niet van hun eigen verantwoordelijkheid om zich voor te laten lichten, zelf actie te ondernemen en tijdig de aanvraag in te dienen. Gelet hierop heeft verweerder de aanvraag die ten behoeve van eiseres is ingediend mogen afwijzen omdat deze niet tijdig is ingediend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
