ECLI:NL:RBDHA:2016:8669
Rechtbank Den Haag · 02-06-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 7971
Inhoudsindicatie
Artikelen 3.100 en 3.101 van de Wet IB 2001. De rechtbank oordeelt dat de eenmalige Bbz-uitkering die eiseres heeft ontvangen ten onrechte tot haar verzamelinkomen is gerekend. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat in de onderhavige situatie is voldaan het vereiste van periodiciteit. Het moment waarop moet worden getoetst of sprake is van periodiciteit, is het moment waarop de lening is omgezet in een bedrag om niet. Op het toetsmoment ontving eiseres geen Bbz-uitkering meer, maar een IAOZ-uitkering. Omdat de IAOZ-uitkering een andere ontstaansgrond heeft dan de Bbz-uitkering, worden beide uitkeringen niet uit dezelfde oorzaak ontvangen en is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van periodiciteit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
