ECLI:NL:RBDHA:2016:8396
Rechtbank Den Haag · 02-05-2016 · zaaknummer NL 16.403
Inhoudsindicatie
Bij verkrijging van het inreisstempel bij de doorlaatpost had eiser nog geen feitelijke toegang tot Nederland, aangezien hij zich nog voor de grens bevond. Ook de douanepost bevindt zich, zoals verweerder juist heeft toegelicht, nog voor de grens. Nu eiser aldaar zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt, en herhaald bij de doorlaatpost, heeft verweerder op dat moment het kort daarvoor geplaatste inreisstempel kunnen annuleren en een besluit tot uitstel van de toegangsweigering kunnen nemen. De wetgever heeft niet beoogd de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6a Vw uitsluitend mogelijk te maken indien reeds sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. In het geval van eiser is gebleken dat geen sprake meer was van een concreet aanknopingspunt voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening. Daarom kon zijn vrijheidsontneming niet langer voortduren op grond van artikel 6a, eerste lid, Vw en had verweerder moeten toetsen of aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw werd voldaan.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
