Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:8384

Rechtbank Den Haag · 14-07-2016 · zaaknummer AWB 15/18626

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 21-07-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing asielaanvraag Oromo onvoldoende gemotiveerd Deze beroepsprocedure ziet op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000. Eisers asielrelaas komt er kort gezegd op neer dat hij als Oromo en sympathisant van de Oromo Liberation Front (OLF) in Ethiopië gevaar loopt. De rechtbank sluit wat betreft de toetsingsintensiteit aan bij de uitleg die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in haar uitspraken van 13 april 2016 met nummers ECLI:NL:RVS:2016:890 en ECLI:NL:RVS:2016:891 heeft gegeven. De rechtbank is van oordeel dat de kern van eisers asielrelaas en daarmee verband houdend de relevante elementen respectievelijk niet op juiste wijze is geduid en zijn onderscheiden. Het bestreden besluit is daarom niet deugdelijk gemotiveerd. Verder is de rechtbank onder meer van oordeel dat verweerder ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Als gevolg hiervan heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat het niet geloofwaardig is dat eiser medio 2011 op school problemen heeft ondervonden. Ook het relevante element betreffende eisers arrestatie, detentie en ontsnapping in 2012 is onvoldoende gemotiveerd. Verweerder zal bij het nieuw te nemen besluit opnieuw de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas alsmede of, mede gelet op de verschillende beschikbare rapporten van Amnesty International, eiser zowel op grond van zijn persoonlijke situatie alsmede zijn individuele asielrelaas aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag alsook bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM, moeten onderzoeken en beoordelen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.