ECLI:NL:RBDHA:2016:7395
Rechtbank Den Haag · 27-06-2016 · zaaknummer AWB 16/351 VK
Inhoudsindicatie
Eiser is in Zweden veroordeeld voor onder meer mensenhandel tot een gevangenisstraf van vier jaar. Vervolgens is hij uitgezet naar Iran, waar hij is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf en 74 zweepslagen. Verweerder acht aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Iran wordt blootgesteld aan een artikel 3 EVRM-behandeling, maar verleent geen verblijfsvergunning omdat hij vanwege de Zweedse veroordelingen een gevaar vormt voor de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat de veroordelingen in Zweden kunnen worden aangemerkt als “ernstig misdrijf dat naar zijn aard een gevaar oplevert voor de gemeenschap”. Uit het vonnis blijkt dat het ging om grootschalige activiteiten en dat eiser zich vooruit liet betalen door degenen die van zijn activiteiten gebruik wilden maken. Uit dat laatste blijkt dat eiser heeft gehandeld uit winstoogmerk, hetgeen, mede door de omvang van de activiteiten van eiser, verweerder tot de conclusie heeft mogen leiden dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig misdrijf in de hiervoorbedoelde zin, en hiervoor ook veroordeeld is. Anders dan kennelijk namens eiser is betoogd maakt verweerder hiermee geen ongerechtvaardigd onderscheid tussen wat aan verdragsvluchtelingen kan worden tegengeworpen en wat aan personen die vallen onder de toelatingsgrond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, reeds omdat eiser geen verdragsvluchteling is. Over het inreisverbod: De door eiser gestelde uitoefening van zijn gezinsleven is onvoldoende onderbouwd en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er geen gezinsleven buiten de Europese Unie kan worden uitgeoefend. Hetgeen eiser heeft aangevoerd, heeft verweerder niet hoeven te leiden tot het verrichten van onderzoek naar de mogelijkheden van eiser en zijn gezin om zich in een land buiten de Europese Unie te vestigen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
