Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:7263

Rechtbank Den Haag · 20-06-2016 · zaaknummer NL 16.1197 en NL 16.1198

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 30-06-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublin, Bulgarije, kwetsbaar persoon, vergewisplicht Artikel 20, vijfde lid, Dublinverordening, artikel 3 EVRM Samenvatting: Bulgarije heeft het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening. Daaruit volgt volgens de rechtbank dat Bulgarije ervan uitgaat dat eisers eerste verzoek om internationale bescherming dat hij bij de Bulgaarse autoriteiten op 1 juli 2015 heeft ingediend, is ingetrokken. Uit de door eiser aangehaalde rapporten blijkt niet of een vreemdeling van wie het verzoek om internationale bescherming in Bulgarije is ingetrokken en in het kader van de Dublinverordening terugkeert naar Bulgarije, na aankomst in Bulgarije wordt gedetineerd of naar een opvangcentrum wordt overgebracht. Daardoor is niet uit te sluiten dat eiser na overdracht aan Bulgarije zal worden gedetineerd. In de omstandigheid dat eiser wordt overgedragen aan Bulgarije als kwetsbaar persoon, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Niet is gebleken dat de door verweerder aangehaalde passage uit het rapport van VWN ook betrekking heeft op een vreemdeling van wie het verzoek om internationale bescherming in Bulgarije is ingetrokken. Mede gelet op de detentieomstandigheden die uit de rapporten blijken, is de rechtbank van oordeel dat verweerder, gegeven zijn vergewisplicht, zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt heeft mogen stellen dat door overdracht van eiser aan Bulgarije geen situatie zal ontstaan die strijdig is met artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft zijn standpunt over wat eiser als kwetsbaar persoon in Bulgarije staat te wachten aan opvang onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.