Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:7177

Rechtbank Den Haag · 16-06-2016 · zaaknummer AWB 15/23100

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 28-06-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

asiel; ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser onvoldoende invulling geeft aan het gezinsleven. Ter zitting heeft verweerder betoogd dat de omstandigheid dat eiser nu in scheiding ligt en een omgangsregeling heeft met zijn zoon niet betekent dat het bestreden besluit onjuist is. Eiser had zijn standpunt met betrekking tot artikel 8 EVRM en de invulling van het gezinsleven met zijn zoon en de hartproblemen van zijn zoon in de gronden van beroep nader dienen te onderbouwen. Door dit daarna te doen, is de goede procesorde geschonden. Verweerder zou eiser opnieuw moeten horen en dat hoort meer thuis in een reguliere procedure, aldus verweerder. De rechtbank is van oordeel dat de door eiser ingebrachte beschikking van de rechtbank inzake de voorlopige contactregeling met zijn zoon in het kader van de echtscheidingsprocedure dient te worden aangemerkt als een nadere onderbouwing van een door eiser reeds eerder ingenomen standpunt over de invulling van het gezinsleven tussen hem en zijn zoon. Derhalve zal de rechtbank deze informatie bij de beoordeling van het beroep betrekken. De goede procesorde verzet zich daartegen niet. Hierbij betrekt de rechtbank mede dat ter zitting is gebleken dat verweerder al op de hoogte was van de echtscheidingsprocedure van eiser. Tijdens de gehoren heeft eiser verklaard dat zijn ex-echtgenote wegens complicaties tijdens de zwangerschap en de hartproblemen van hun zoon naar Nederland is gegaan en daar is gebleven, dat eiser vanwege zijn werk aanvankelijk in Engeland bleef en vaak naar Nederland kwam om bij zijn zoon te zijn. In de zienswijze heeft eiser aangevoerd dat hij zijn zoon regelmatig ziet en zijn ex-echtgenote niet zal toestaan dat eiser hun zoon meeneemt naar Pakistan. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de invulling van het gezinsleven tussen eiser en zijn zoon. Verweerder had ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming nader onderzoek dienen te verrichten naar de vraag of het gezinsleven tussen eiser en zijn zoon bescherming verdient op grond van artikel 8 EVRM en eiser daarover inderdaad moeten horen.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.