Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:5783

Rechtbank Den Haag · 25-04-2016 · zaaknummer AMS 15/5248

BestuursrechtGepubliceerd 27-05-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft aan het primaire besluit, gehandhaafd bij het bestreden besluit, ten grondslag gelegd dat een ernstig vermoeden bestaat dat eiser zich in Eritrea schuldig heeft gemaakt aan gedragingen zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder niet geslaagd het bewijs te leveren dat die verdragsbepaling op eiser van toepassing is. Verweerder heeft zijn vermoeden dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan artikel 1F-gedragingen gebaseerd op de verklaring van eiser dat hij in het Eritrese leger leidinggevende functies heeft bekleed in samenhang met algemene informatie over de militaire kampen in Eritrea, in het bijzonder kamp [naam kamp]. Weliswaar blijkt uit de door verweerder in de besluitvorming aangehaalde publicaties dat de Eritrese autoriteiten een uitgebreid systeem hanteren van militaire (straf)kampen en andere detentiecentra en dat honderdduizenden mensen in deze centra en kampen, in het kader van de dienstplicht, op brute wijze worden gestraft, heropgevoed en onder erbarmelijke omstandigheden aan het werk worden gezet, maar daaruit blijkt nog niet dat elke leidinggevende in het Eritrese leger per definitie betrokken moet zijn geweest bij deze misdrijven. De algemene informatie laat onverlet de mogelijkheid dat een leidinggevende bij dergelijke misdrijven niet betrokken is geweest en biedt onvoldoende grond dat eiser, reeds vanuit en vanwege zijn positie als leidinggevende in het leger, verantwoordelijk moet worden gehouden voor gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Met het door verweerder verrichte onderzoek is onvoldoende komen vast te staan dat eiser op enige wijze persoonlijk aan het plegen van voornoemde misdrijven heeft deelgenomen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de vraagstelling tijdens het gehoor onvoldoende in het teken stond van de door verweerder aan eiser verweten gedragingen, te weten (buitengerechtelijke) executie, martelingen, folteringen, (willekeurige) gevangennemingen of elke andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met de fundamentele regels van internationaal recht en gedwongen arbeid. Uit de door eiser tijdens dat gehoor afgelegde verklaringen over de aard van zijn werkzaamheden blijkt niet dat hij persoonlijk heeft deelgenomen aan voormelde gedragingen. Eiser is daarnaar ook niet expliciet gevraagd. Verweerder heeft eiser niet voorgehouden dat in de militaire kampen, zoals in kamp [naam kamp], misdrijven, zoals marteling, buitengerechtelijke executie, willekeurige gevangenneming, verkrachting en dwangarbeid, zijn gepleegd en hem niet gevraagd of en zo ja in welke mate en frequentie hij bij dergelijke mensenrechtenschendingen in het kamp Sawa betrokken is geweest. De rechtbank acht thans onvoldoende grond aanwezig voor het oordeel dat er ernstige redenen zijn te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht en niet deugdelijk gemotiveerd dat eiser individueel verantwoordelijk kan worden gehouden voor gedragingen als bedoeld in die verdragsbepaling. Beroep gegrond en opdracht aan verweerder om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.