ECLI:NL:RBDHA:2016:5567
Rechtbank Den Haag · 10-05-2016 · zaaknummer AWB 15/16880
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag van eiser tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij zijn vader (referent) afgewezen omdat referent niet voldoet aan het middelenvereiste. Niet in geschil is dat het salaris van referent waarop hij op grond van zijn arbeidsovereenkomst aanspraak kon maken, ten tijde van de aanvraag van eiser voldeed aan het door verweerder gehanteerde normbedrag om te gelden als voldoende hoog en dat de middelen van bestaan duurzaam waren. Voorts staat vast dat referent ten tijde van de aanvraag tot en met mei 2015 dit salaris niet daadwerkelijk ontving, maar een bedrag dat lager ligt dan het door verweerder hanteerde normbedrag omdat referent in die periode onbetaald verlof had genomen. De rechtbank is van oordeel dat referent ten tijde van de aanvraag, op grond van zijn arbeidsovereenkomst een afdwingbare aanspraak had op een salaris dat voldeed aan het door verweerder gehanteerde normbedrag. De enkele omstandigheid dat referent, uitsluitend als gevolg van zijn eigen keuze om tijdelijk onbetaald verlof op te nemen, feitelijk tijdelijk een lager salaris heeft ontvangen, doet niet af aan de afdwingbare aanspraak op het in het zijn arbeidsovereenkomst overeengekomen te verrichten aantal uren arbeid en het daarbij behorende salaris. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder in dit geval ten onrechte doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan de hoogte van het salaris dat referent feitelijk ontving, in plaats van de hoogte van het salaris waarop referent op grond van zijn arbeidsovereenkomst aanspraak kon maken. Doel van het middelenvereiste is immers dat referent bij overkomst van eiser naar Nederland kan beschikken over voldoende middelen om te voorzien in het levensonderhoud van zichzelf en van eiser zonder een beroep te hoeven doen op de openbare kas. De enkele omstandigheid dat referent tijdelijk op eigen verzoek onbetaald verlof heeft genomen, en daardoor tijdelijk minder salaris heeft ontvangen, biedt geen grond voor de conclusie dat een risico bestaat dat referent na overkomst van eiser niet in het levensonderhoud van zichzelf en eiser zal kunnen voorzien. De arbeidsovereenkomst van eiser duurde immers ten tijde van het onbetaalde verlof voort, is niet tussentijds beëindigd of gewijzigd, en na ommekomst van de periode van onbetaald verlof kreeg eiser daardoor weer het salaris conform zijn arbeidsovereenkomst uitbetaald. De omstandigheid dat referent tijdelijk minder salaris heeft ontvangen, is niet een omstandigheid die ligt buiten zijn eigen invloedsfeer. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
