Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:5480

Rechtbank Den Haag · 18-05-2016 · zaaknummer AWB 14/27806

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-05-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

15c Definitierichtlijn, Libië, Tripoli, gezamenlijk ambtsbericht, harmonisatie België, Zweden, Noorwegen en Nederland hebben gezamenlijk het ambtsbericht inzake Libië van 19 december 2014 opgesteld. Unierechtelijke harmonisatie impliceert – in beginsel – dezelfde juridische kwalificatie op basis van dezelfde informatie. Voor alle lidstaten geldt dat dit beleid wordt vastgesteld op basis van het gezamenlijk vastgestelde kader in de Definitierichtlijn. Zoals overwogen in de uitspraken van deze rechtbank van 21 juli 2015 en 24 november 2015 is de rechtbank van oordeel dat, zonder inzicht in waarom de andere lidstaten de feiten in hetzelfde ambtsbericht anders duiden, aan verweerders besluitvorming een motiveringsgebrek kleeft. Dat verweerder de reden van ruimhartiger verlenen van subsidiaire bescherming door de overige drie lidstaten – kennelijk – niet relevant acht, acht de rechtbank voorts onbegrijpelijk, omdat de huidige situatie meebrengt dat een vreemdeling in de ene lidstaat wel bescherming krijgt en in de andere lidstaat niet, wat niet alleen onwenselijk is uit oogpunt van de al genoemde harmonisatie maar bovendien de effectiviteit van andere Europese regelgeving, zoals de Dublinregeling, ondergraaft. De rechtbank heeft – in het kader van finale geschillenbeslechting en gezien de opdracht in artikel 83a, Vw 2000 om volledig en ex nunc te toetsen – bezien of zelf in de zaak kan worden voorzien met betrekking tot de vraag of sprake is van een 15c-situatie in het herkomstgebied van eiser. De rechtbank ziet daartoe echter geen aanleiding. Voor zover de besluitvorming wordt gebaseerd op het ambtsbericht van 19 december 2014 behoort het immers tot het domein van verweerder om zich te vergewissen bij de relevante autoriteiten van België, Zweden en Noorwegen van de redenen waarom deze landen ten aanzien van Libië geheel of gedeeltelijk een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn hebben aangenomen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.