ECLI:NL:RBDHA:2016:4732
Rechtbank Den Haag · 14-03-2016 · zaaknummer AMS 16/3371
Inhoudsindicatie
Eiser stelt terecht dat de lange tijd die is verstreken vanaf indiening van het beroepschrift tot aan de zitting slechts aan de rechtbank kan worden toegerekend. Echter, nu de rechtbank op de dag van de zitting uitspraak doet, zijnde de 21e dag na indiening van het beroepschrift, is eiser hierdoor niet in zijn belangen geraakt. Daar waar de rechtbank tijd heeft laten verstrijken voorafgaand aan de zitting, is dat tijdverlies daarmee hersteld. Eisers beroep op de zaak Kadem leidt niet tot een ander oordeel. In die zaak ging het om een eerste oordeel over de rechtmatigheid van een strafrechtelijke uitleveringsdetentie in Malta. Nu ligt de voortduring van een rechtmatig opgelegde maatregel voor. Gelet daarop komt de rechtbank een termijn van 21 dagen niet onredelijk voor. Dit betekent dat sprake is van een (voldoende) spoedige beslissing als bedoeld in artikel 5, vierde lid van het EVRM.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
