ECLI:NL:RBDHA:2016:4014
Rechtbank Den Haag · 14-04-2016 · zaaknummer SGR 15/5699
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft eisers bijstandsaanvraag bij het primaire besluit afgewezen op de grond dat hij een gezamenlijke huishouding voert. Hangende het bezwaar heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat onvoldoende grond bestond voor het oordeel dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Verweerder heeft eisers bezwaar bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank onderschrijft de overwegingen van de voorzieningenrechter en ziet in hetgeen verweerder in beroep heeft aangevoerd geen aanleiding om tot een andere afweging te komen. Verweerder heeft eisers bijstandsaanvraag aldus ten onrechte afgewezen op de grond dat hij een gezamenlijke huishouding zou voeren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Delft
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Delft
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
