Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:3710

Rechtbank Den Haag · 07-04-2016 · zaaknummer NL16.6

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 07-04-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser is afkomstig uit noordelijk Mali. In geschil is met name of van eiser redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij zich in zuidelijk Mali vestigt. Daarbij is relevant of eiser in zuidelijk Mali een leven kan leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. Naar het oordeel van de rechtbank onderbouwt verweerder met zijn verwijzing naar informatie van de UNHCR uit 2014 en 2015 niet dat dat voor eiser het geval is. Uit de position paper van de UNHCR over 2014 komt immers naar voren dat vele uit noordelijk Mali afkomstige terugkeerders in zuidelijk Mali in een ontheemdensituatie belanden. De UNHCR ziet daarin ook reden om het zuiden van Mali voor noorderlingen niet als redelijk vestigingsalternatief aan te merken. De update van 2015 maakt op dit punt geen melding van een voor Noord-Malinezen gewijzigde situatie bij vestiging in het zuiden. Verweerders standpunt dat de door de UNHCR als “niet redelijk” gekenmerkte terugkeersituatie moet worden geduid als “minder gunstig” en daarmee nog niet kan worden gezegd dat geen sprake zal zijn van een naar plaatselijke maatstaven gemeten normaal leven, wordt niet door de rechtbank gedeeld. Nu de toets die de UNHCR aanlegt bij haar beoordeling of sprake kan zijn van een vestigingsalternatief grotendeels overeenkomt met verweerders beoordeling, vermag de rechtbank niet in te zien dat de door de UNHCR als niet redelijk aangemerkte terugkeersituatie desondanks voldoet aan artikel 3.37d van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 en paragraaf C2/6.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Bovendien is niet gebleken dat verweerder de door eiser aangedragen persoonlijke omstandigheden heeft meegewogen bij de beoordeling van de vraag of van hem redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij zich in zuidelijk Mali vestigt. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom gelet op de voorwaarden voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief en gelet op wat eiser in dit verband heeft aangevoerd, Zuid-Mali als vestigingsalternatief voor eiser kan worden aangemerkt. Het bestreden besluit ontbeert dan ook een deugdelijke motivering en komt voor vernietiging in aanmerking. Het beroep is gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.