ECLI:NL:RBDHA:2016:3080
Rechtbank Den Haag · 26-02-2016 · zaaknummer AWB 16/1856
Inhoudsindicatie
De eerste asielaanvraag van eiser is afgewezen en dit staat inmiddels in rechte vast. Verweerder heeft de opvolgende aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Dit besluit is vernietigd door de Afdeling onder verwijzing naar haar uitspraak van 8 juli 2015. Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen na eiser aanvullend te hebben gehoord. Eiser heeft als novum aangevoerd dat hij homoseksueel is en dat hij hierdoor problemen heeft ondervonden. Verweerder heeft deze elementen niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft tijdens zijn eerste asielaanvraag expliciet verklaard dat hij geen homoseksueel is. Het wekt enige bevreemding dat hij thans stelt wel homoseksueel te zijn. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. De stelling dat hij moeite heeft om zijn problematiek te bespreken wordt niet gevolgd, nu uit de gehoren geenszins is gebleken dat hij het moeilijk vindt om over homoseksualiteit te praten en dat hij tijdens het nader gehoor van 14 februari 2013 geen moeite had om de gestelde homoseksuele geaardheid van zijn broer te bespreken. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit materieel vergelijkbaar is met het eerdere besluit van 20 februari 2013. Nu de aangevoerde homoseksualiteit aangemerkt dient te worden als rechtens relevant novum zal de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2015, het bestreden besluit inhoudelijk toetsen. Verweerder heeft in het bestreden besluit met betrekking tot de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiser allereerst tegengeworpen dat eiser bij de eerste asielaanvraag heeft verklaard dat hij geen homoseksueel is. Dit doet sterke afbreuk aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen bij de onderhavige aanvraag. Eerst daarna komt verweerder tot een beoordeling van de antwoorden op de vragen over de eigen ervaringen (onder andere bewustwording en zelfacceptatie) van eiser met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid. Door de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde homoseksualiteit op deze wijze in te richten heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank gehandeld in strijd met zijn eigen Werkinstructie 2015/9 en met de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2015. Anders dan verweerder ter zitting heeft gesteld is de rechtbank van oordeel dat het voor bovenstaande geen verschil maakt of eiser in de eerste procedure expliciet heeft ontkend homoseksueel te zijn of dat hij dit niet naar voren heeft gebracht. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Gelet hierop behoeven de overige gronden geen bespreking meer. Met betrekking tot de kennelijk ongegrondverklaring op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, g en h, Vw overweegt de rechtbank dat noch de preambule noch de bepalingen van de herziene Procedurerichtlijn de lidstaten ruimte bieden om af te wijken van artikel 52 van de herziene Procedurerichtlijn. De stelling van eiser, dat artikel 52 van de herziene Procedurerichtlijn onjuist geïmplementeerd is, volgt de rechtbank dan ook. Reeds vanwege de door eiser aangevoerde aan de kennelijk ongegrondverklaring verbonden nadelige rechtsgevolgen is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een benadeling van eiser door de kennelijk ongegrondverklaring. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22, Awb. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond afgewezen.
Rechters
Advocaten
- S.E.B. den Boer
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
