ECLI:NL:RBDHA:2016:2924
Rechtbank Den Haag · 17-02-2016 · zaaknummer 4731571 \ EJ VERZ 16-80126
Inhoudsindicatie
De werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden. Aan dit verzoek legt de werkgever primair ten grondslag dat sprake is van verwijtbaar handelen. De werkgever wijst erop dat de werknemer veelvuldig de kans is geboden zich te verbeteren, maar dat hiervan geen gebruik is gemaakt. Er hebben tussen partijen meerdere gesprekken plaatsgevonden waarbij de aan de werknemer verweten gedragingen zijn besproken. Naar aanleiding van deze gesprekken heeft de werknemer (waarschuwings)brieven ontvangen. De werknemer heeft verweer gevoerd. De verwijten zijn onvoldoende ernstig en een aantal verwijten dateren van langere tijd geleden. Ondanks de gesprekken en de verwijten waren zijn beoordelingen jaarlijks niet slecht. De werknemer verzoekt naast afwijzing van het verzoek om toekenning van de transitievergoeding ter grootte van € 45.119,13 bruto. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkgever zich in de loop der jaren (sinds 2005) door middel van gesprekken voldoende ingespannen om het functioneren van de werknemer te verbeteren. De werkgever heeft niet overhaast naar het middel van beëindiging van de arbeidsovereenkomst gegrepen. Er zijn meerdere keren minder vergaande sancties als waarschuwingen en inhouding van salaris zijn opgelegd, maar deze sancties zijn voor de werknemer geen aanleiding geweest zijn functioneren en gedrag wezenlijk ten goede te veranderen. Aan het criterium dat niet redelijkerwijs van de werkgever kan worden gevergd het dienstverband te laten voortbestaan wordt voldaan. Herplaatsing komt niet meer aan de orde. Niet alle gedragingen zijn echter even zwaarwegend van aard. Bij elkaar opgeteld leveren deze gedragingen en het feit dat de werknemer, na daarop te zijn aangesproken, zijn handelen niet of onvoldoende heeft veranderd wel een verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW op, zoals hiervoor overwogen. Maar er kan niet gesproken worden van een ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer. De optelsom van de verschillende gedragingen is daarvoor, mede in het licht van de lengte van het dienstverband en de leeftijd van de werknemer, onvoldoende. De arbeidsovereenkomst zal met ingang van 23 mei 2016 worden ontbonden. De kantonrechter bepaalt dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding ter grootte van € 45.119,13.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
