ECLI:NL:RBDHA:2016:2697
Rechtbank Den Haag · 15-03-2016 · zaaknummer 15/5255
Inhoudsindicatie
Verzoekschrift ex artikel 89 Sv, na sepot in Koninck II wegens ondermeer de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in Koninck I. Verzocht wordt om een bovenforfaitaire vergoeding voor de tijd doorgebracht in voorarrest. De rechtbank zet het toetsingskader uiteen waarbij aandacht wordt geschonken aan de gevallen waarin toekenning van schadevergoeding mogelijk is, de invulling van het begrip gronden van billijkheid en de forfaitaire vergoeding. De rechtbank concludeert dat - anders dan gesteld door de officier van justitie - er gronden van billijkheid zijn om een vergoeding toe te kennen, maar ziet geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire bedragen.
Rechters
Advocaten
- M. Nieuwenhuis
- P.J.J. van der Meij
- P.P.J. van der Meij
Officier van justitie
- M. Nieuwenhuis
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
