ECLI:NL:RBDHA:2016:2682
Rechtbank Den Haag · 18-02-2016 · zaaknummer AMS 16/917
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt het volgende. Eisers beroep is op 16 januari 2016 op een zitting behandeld om inzicht te verkrijgen in de voortgang van de zaak. Hierbij speelde een voorname rol dat eiser een Turks onderdaan is van wie het staatsburgerschap is ingetrokken en dat de voortgangsrapportage over de voortgang in eisers zaak geen uitsluitsel gaf. Ook op de zitting van 28 januari 2016 heeft verweerder niet inzichtelijk kunnen maken wat nu precies de stand van zaken was, hetgeen de reden was voor eerdergenoemde schorsing. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn reactie van 10 februari 2016 nog altijd onvoldoende antwoord heeft gegeven op de door de rechtbank gestelde vragen. Ook heeft verweerder daarmee niet voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de T&O procedure in zijn algemeenheid verloopt, hoe dit in het specifieke geval van eiser is verlopen en wat in eisers zaak de vervolgstappen zijn. Over de zeven personen voor wie een T&O akkoord is afgegeven, ontbreekt informatie wanneer dit is gebeurd. Ook heeft verweerder niet geduid op welke vertrekopties hij doelt. Verweerder heeft ter zitting van 16 februari 2016 onder verwijzing naar artikel 11 van de T&O overeenkomst verklaard dat de termijn voor beantwoording van een verzoek 25 dagen bedraagt. Deze termijn kan volgens dat artikel onder voorwaarden tot maximaal 60 dagen worden verlengd. De rechtbank stelt vast dat het T&O-verzoek op 16 december 2016 is ingediend en dat de termijn van 60 dagen, nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat aan de voorwaarden om te verlengen tot 60 dagen is voldaan, is verstreken zonder beantwoording van het verzoek. Verweerders verklaring ter zitting dat er op 16 februari 2016 een gesprek met de consul generaal stond gepland en eiser, als er geen akkoord zou komen, op een EU-staat kan worden uitgezet, maakt het voorgaande niet anders. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet is gebleken dat het geplande gesprek van 16 februari 2016 wel zal leiden tot toezeggingen of uitsluitsel over de medewerking aan het uitzetten van een Turks onderdaan waarvan de nationaliteit is ingenomen dan wel binnen welke termijn een eventuele overdracht zou kunnen plaatsvinden bij een eventuele toezegging. Daarnaast heeft verweerder niet onderbouwd waar zijn conclusie op is gebaseerd dat eiser op een EU-staat kan worden uitgezet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
