Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:2553

Rechtbank Den Haag · 24-02-2016 · zaaknummer AWB 16/1540, 16/1541

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 10-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

China / bekering tot christen / artikel 31, vijfde lid, Vw / Verweerder heeft bij de beoordeling of de vrees reëel is onvoldoende de geloofwaardig geachte eerdere vervolging op grond van het belijden van het geloof betrokken / onvoldoende gemotiveerd De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. Daartoe is reeds redengevend dat verweerder bij de beoordeling of de vrees van eiseres voor vervolging op grond van het (wederom) belijden van het christelijk geloof na terugkeer in het land van herkomst reëel is, onvoldoende heeft betrokken de geloofwaardig geachte eerdere vervolging op grond van het belijden van het geloof. Zo heeft verweerder ten aanzien van de vrees voor vervolging op grond van nieuwe geloofsuitingen bij terugkeer verwezen naar algemene stukken, inhoudende dat enkel personen die een prominente rol of figuur vormen binnen de christelijke gemeenschap risico op vervolging lopen, terwijl, nog daargelaten de vraag of de door eiseres ingebrachte stukken een ander licht op het voorgaande doen schijnen, eiseres, ondanks het feit dat ze geen prominente rol of plek in die gemeenschap heeft, zoals zij heeft verklaard, wel eerder vervolgd is. Het standpunt van verweerder dat haar eerdere arrestatie en detentie de vrees niet reëel maakt, omdat zij is vrijgelaten vanwege een gebrek aan bewijs, is onvoldoende voor een ander oordeel, omdat uit deze vrijlating zonder nadere motivering niet de conclusie kan worden getrokken dat eiseres na eventuele toekomstige arrestaties wederom zal worden vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Het aanvullend standpunt ter zitting, dat de omstandigheid dat ze in de periode van acht maanden na haar vrijlating haar geloof kennelijk zonder problemen heeft kunnen belijden een aanwijzing is dat haar vrees niet aannemelijk is, maakt in de eerste plaats geen deel uit van het bestreden besluit en is ook overigens onvoldoende motivering voor de conclusie dat er goede redenen zijn dat de vervolging vanwege haar geloof en het belijden ervan zich niet opnieuw zal voordoen. Eiseres heeft ter zitting terecht betoogd dat het om een relatief korte periode gaat en voorts dat geenszins kan worden uitgesloten dat de situatie in China, zoals onder meer blijkt uit het door eiseres ingebrachte jaarrapport 2015 van Human Rights Watch, na de periode waarover eiseres heeft verklaard, dienaangaande verslechterd is. Bovendien blijkt uit het nader gehoor (pagina 12) dat zij heeft verklaard dat zij haar huiskerkbezoek aanvankelijk gestopt en daarna beperkt heeft voortgezet. Beroep gegrond.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.