ECLI:NL:RBDHA:2016:2543
Rechtbank Den Haag · 26-02-2016 · zaaknummer - 15 _20565 en 15_20566
Inhoudsindicatie
Beroep tegen terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk; arrest Z.Zho en I.O. wel relevant voor uitvaardigen inreisverbod. Vw heeft bij opleggen inreisverbod van 10 jaar rekening gehouden met aard en ernst delicten, tijdsverloop en persoonlijke gedragingen eiser. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het door eiser aangehaalde arrest Z. Zh. en I.O. van het HvJ van 11 juni 2015 niet relevant is voor het uitvaardigen van een inreisverbod met een duur van tien jaren. Het arrest ziet weliswaar op de uitleg van het begrip “gevaar voor de openbare orde” in de zin van artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn, welke bepaling ziet op de vertrektermijn, maar het in rechtsoverweging 50 van het arrest genoemde basisprincipe, dat verweerder per geval dient na te gaan of de persoonlijke gedragingen van de betrokken derdelander een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde vormen, geldt naar het oordeel van de rechtbank ook bij het opleggen van een inreisverbod als het voorliggende. Immers, indien dit basisprincipe toegepast moet worden in een geval waarin wordt vereist dat sprake is van een “gevaar voor de openbare orde”, gaat dit evenzeer (en ten minste) op voor een geval waarin ingevolge artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn wordt vereist dat sprake is van een “ernstige bedreiging voor de openbare orde”, aangezien dit een zwaarder criterium is. Bovendien bepaalt artikel 11, tweede lid, voornoemd dat de duur van het inreisverbod “volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval” wordt bepaald. Hetgeen verweerder ter zitting naar voren heeft gebracht over de systematiek van de artikelen 7 en 11, voornoemd, maakt dit niet anders. Immers, dat de uitleg van het begrip “openbare orde” door het HvJ in het arrest Z.Zh. en I.O. niet alleen betekenis heeft voor de toepassing van artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn, maar ook voor de toepassing van andere bepalingen en richtlijnen van de Europese Unie, blijkt ook uit rechtsoverweging 64 en volgende van het arrest van het HvJ van 15 februari 2016 in de zaak J.N. tegen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (zaak C-601/15 PPU). In navolging van het HvJ (zie rechtsoverweging 54 van het arrest Z.Zh. en I.O.) is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat een vreemdeling is veroordeeld voor een opiumdelict, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke gedragingen van de vreemdeling en met het gevaar dat van die gedragingen uitgaat voor de openbare orde, onvoldoende is voor de uitvaardiging van een inreisverbod met een duur van tien jaar. In het geval van eiser heeft verweerder echter rekening gehouden met de aard en de ernst van de delicten, met het tijdsverloop en met de persoonlijke gedragingen van eiser. De rechtbank kan verweerder volgen in het standpunt dat eiser zich bij herhaling heeft schuldig gemaakt aan ernstige delicten en dat ten tijde van het bestreden besluit van 11 november 2015 sprake was van een ernstige en actuele bedreiging van de openbare orde, nu de laatste veroordeling van eiser plaatsvond op 2 februari 2015 vanwege een op 8 november 2014 gepleegd opiumdelict. Dat sindsdien een positieve gedragsverandering bij eiser heeft plaatsgevonden waardoor de bedreiging thans aan actualiteitswaarde heeft ingeboet, is onvoldoende gebleken. De enkele stelling dat eiser na zijn veroordeling een relatie is aangegaan en dat hij inmiddels samenwoont en zijn leven aan het beteren is, is daarvoor niet genoegzaam. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de duur van het inreisverbod op tien jaren kon worden bepaald.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
