ECLI:NL:RBDHA:2016:16811
Rechtbank Den Haag · 05-12-2016 · zaaknummer C/09/521679 / KG RK 16-1986
Inhoudsindicatie
Ten aanzien van de rol die de bestuursrechter heeft gespeeld in de zaak van de dochter, overweegt de wrakingskamer dat het enkele feit dat de bestuursrechter tevens de zaak van de dochter van verzoeker inhoudelijk heeft behandeld, er niet aan in de weg staat dat zij eveneens de zaak van verzoeker kan en mag behandelen. Dit op zichzelf maakt niet dat op voorhand sprake is van vooringenomenheid of de schijn daarvan. Ook uit de behandeling van de zaak van verzoeker is niet gebleken dat de bestuursrechter reeds op voorhand haar standpunt had bepaald. Het is de wrakingskamer niet gebleken dat sprake is geweest van oneigenlijke vermenging van de zaak van verzoeker en die van zijn dochter. Door verzoeker is deze stelling onvoldoende onderbouwd. Voor wat betreft de wijze van ondervraging door de bestuursrechter overweegt de wrakingskamer dat het de taak van de rechter is om de discussie terug te brengen tot de rechtsvraag die op dat moment voorligt. Dat dit door verzoeker en zijn echtgenote als indringend is ervaren, maakt niet dat daarmee sprake is van enige (schijn) van partijdigheid. Niet is gebleken dat de bestuursrechter op enige wijze op haar beslissing is vooruitgelopen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
