ECLI:NL:RBDHA:2016:16674
Rechtbank Den Haag · 21-11-2016 · zaaknummer AWB 16/12713
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak. Eiseres wenst verblijf bij haar echtgenoot, referent, die de Nederlandse nationaliteit heeft. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres samen met referent ten minste zes maanden in een andere lidstaat heeft verbleven, daar gezinsleven heeft opgebouwd of bestendigd en vervolgens samen met referent is teruggekeerd naar Nederland. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de door verweerder gehanteerde termijn van minimaal zes maanden, die een burger van de Unie, samen met zijn gezin in een andere lidstaat moet hebben verbleven om bij terugkeer naar de lidstaten waarvan deze burger van de Unie de nationaliteit bezit, zijn familieleden aanspraak te kunnen laten maken op een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 21, eerste lid, van het VWEU. Het bestreden besluit is op dat punt dan ook ondeugdelijk gemotiveerd en komt voor vernietiging in aanmerking.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
