ECLI:NL:RBDHA:2016:1666
Rechtbank Den Haag · 10-02-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 3929
Inhoudsindicatie
Onzakelijke lening tbs-sfeer. Eiser is middellijk enig aandeelhouder van een BV. Wegens financiële moeilijkheden is de onderneming van de BV in 2009 gestaakt. De BV had toen een schuld in rekening-courant aan de bank van € 486.905 en een forse schuld aan een leverancier. Zonder medeweten van de bank heeft eiser met de leverancier een regeling getroffen. De bank eiste daarom dat eiser de schuld aan de bank in privé zou overnemen. Eiser deed dit en kreeg daarmee een vordering op de BV van € 486.905. In 2010 heeft eiser deze vordering met € 48.690 afgewaardeerd en deze afwaardering als resultaat uit een werkzaamheid op zijn box 1 inkomen in aftrek gebracht. Verweerder heeft deze aftrek geweigerd. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt dat ten tijde van het ontstaan van de vordering op de BV binnen de BV geen middelen beschikbaar waren voor het betalen van rente en aflossing en het stellen van enige zekerheid en dat die middelen er vermoedelijk ook niet zouden komen. Eiser aanvaardde dus een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard, met als gevolg dat de vordering niet ten laste van het box-1-inkomen kan worden afgewaardeerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
