ECLI:NL:RBDHA:2016:16630
Rechtbank Den Haag · 23-12-2016 · zaaknummer AWB 16/6433
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft met zijn aanvullende reactie het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek niet hersteld. In de tussenuitspraak is reeds geoordeeld dat verweerder niet gevolgd wordt in zijn standpunt dat geen sprake is van een aanscherping van het beleid. Bij betwisting van het gegeven oordeel had het in de rede gelegen de rechtbank mede te delen het gebrek niet te herstellen en tegen de einduitspraak hoger beroep in te stellen. Voor zover verweerder met zijn primaire standpunt heeft willen betogen dat sprake is van een zeer uitzonderlijk geval waardoor de rechtbank op haar eerdere oordeel zou moeten terugkomen, volgt de rechtbank verweerder hierin niet. Het primaire standpunt is enkel een herhaling van het in het bestreden besluit, het verweerschrift en het ter zitting ingenomen standpunt. Reeds daarom is geen sprake van een zeer uitzonderlijk geval. Ook volgt de rechtbank verweerder niet in het subsidiaire standpunt dat de rechtvaardiging voor aanscherping van het beleid ligt in een dwingende reden van algemeen belang. Verweerder wijst ter onderbouwing van het subsidiaire standpunt naar een passage uit de brief van de staatssecretaris van Justitie van 15 april 2000, maar hieruit blijkt niet dat sprake is van een dwingende reden van algemeen belang om het tot dan toe geldende beleid aan te scherpen. De rechtbank volgt verweerder dan ook niet in zijn subsidiaire standpunt en blijft bij het in de tussenuitspraak gegeven oordeel dat het met de afschaffing van dit gunstiger beleid ingevoerde strengere middelenvereiste is aan te merken als een verboden beperking van de uitoefening van het vrije verkeer van Turkse werknemers in de zin genoemde standstill-bepaling. De aanvullende motivering van verweerder voorziet daarom ten onrechte niet in de in de tussenuitspraak voorgeschreven toetsing aan het beleid neergelegd in B1/1.2.3.5 Vc 1994.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
