ECLI:NL:RBDHA:2016:16572
Rechtbank Den Haag · 27-12-2016 · zaaknummer 16 / 19344
Inhoudsindicatie
Middelenvereiste: naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de middelen van referent ten onrechte niet beoordeeld aan de hand van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Hierin is bepaald dat de lidstaten kunnen verlangen dat de gezinshereniger beschikt over stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan om hemzelf en zijn gezinsleden te onderhouden, zonder een beroep te doen op het stelsel voor sociale bijstand van de betrokken lidstaat. De lidstaten dienen daartoe de aard en de regelmaat van deze inkomsten te beoordelen en kunnen rekening houden met de nationale minimumlonen en pensioenen, evenals met het aantal gezinsleden. Nu verweerder een ander toetsingskader heeft gebruikt slaagt de hiertegen ingebrachte beroepsgrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
