ECLI:NL:RBDHA:2016:16530
Rechtbank Den Haag · 26-10-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 19047
Inhoudsindicatie
De vraag is aan de orde of verweerder terecht heeft nagelaten eisers asielaanvraag te toetsen aan het Vluchtelingenverdrag en aan artikel 3 EVRM, omdat eisers nationaliteit niet vaststaat. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is voor wat betreft vluchtelingschap, omdat uit artikel 1(A), tweede lid, van het Vluchtelingenverdrag volgt dat voor de beoordeling of een vreemdeling als vluchteling kan worden aangemerkt de nationaliteit dient vast te staan. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat voor de vraag of iemand een reëel risico loopt te worden onderworpen aan een artikel 3 EVRM-risico eveneens noodzakelijk is dat de nationaliteit van een vreemdeling die zich op die bepaling beroept vaststaat. Artikel 3 van het EVRM is, anders dan artikel 1(A) van het Vluchtelingenverdrag, een aan verweerder gericht absoluut verbod een vreemdeling uit te zetten naar een land waar hij een risico loopt te worden behandeld in strijd met die verdragsbepaling. Eisers asielrelaas ziet op zowel mishandelingen en martelingen die (naar hij aanneemt) in Soedan hebben plaatsgevonden, als ook op de risico’s die eiser stelt te lopen in Ghana in het licht van hetgeen hem als minderjarige is overkomen nadat zijn seksuele gerichtheid bekend werd. Verweerder heeft ten onrechte nagelaten nader onderzoek te doen naar het relaas van eiser in het kader van het refoulementverbod ten aanzien van Ghana, alvorens eiser ter fine van uitzetting naar dat land te presenteren bij de Ghanese autoriteiten. Verweerder had eerst dienen te onderzoeken of de uitzetting van eiser naar het land van eerder verblijf, Ghana, in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Ten onrechte heeft verweerder afgezien van een inhoudelijke beoordeling van de gestelde risico’s vanwege het feit dat eisers nationaliteit niet kan worden vastgesteld. Beroep gegrond en vernietiging van het besluit tot afwijzing asielaanvraag
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
