Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:15817

Rechtbank Den Haag · 20-12-2016 · zaaknummer AWB 16/5214

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 20-12-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

ongewenstverklaring niet mogelijk tegen derdelander met Spaans verblijfsrecht Eiser is een derdelander met een verblijfsrecht in Spanje en verblijft niet langer rechtmatig in Nederland. De rechtbank stelt vast dat artikel 62a, eerste lid, aanhef en onder b, en het derde lid, van de Vw 2000 voorziet in een regeling van de situatie van eiser. Verweerder had ofwel eiser moeten opdragen zich onmiddellijk naar Spanje te begeven en bij niet voldoen aan dit bevel een terugkeerbesluit uitvaardigen, ofwel om redenen van openbare orde meteen een terugkeerbesluit moeten uitvaardigen tegen eiser. Vervolgens had verweerder dienen te onderzoeken of een inreisverbod moet worden opgelegd, daarmee toepassing gevende aan Hoofdstuk 6, derde afdeling, van de Vw 2000. Naar het oordeel van de rechtbank staat de toepasselijkheid van Hoofdstuk 6, afdeling 3, van de Vw 2000 aan de ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, van de Vw 2000 in de weg. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn kennelijke standpunt dat het verweerder vrij staat om afdeling 3 niet toe te passen. De tekst van artikel 66a, eerste lid, van de Vw 2000 laat het niet toe dat verweerder ervoor kiest om geen inreisverbod uit te vaardigen. Daartoe wijst de rechtbank op de systematiek van de vreemdelingenwet, die in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn. De systematiek verplicht verweerder immers in gevallen als het onderhavige tot het opleggen van een terugkeerbesluit en in vervolg daarop, bij het niet uit eigen beweging verlaten van Nederland, tot het uitvaardigen van een inreisverbod, tenzij er redenen zijn om daarvan af te zien. Het feit dat eiser onder de personele werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn valt, brengt reeds mee dat afdeling 3 van toepassing is, nu in deze afdeling het inreisverbod van de Terugkeerrichtlijn is geïmplementeerd. De dwingende formulering van artikel 6 van de Terugkeer¬richtlijn staat er eveneens aan in de weg dat verweerder buiten de Terugkeer¬richtlijn om in plaats daarvan een andere (nationale) maatregel toepast. Verweerder kan dus geen ongewenstverklaring uitvaardigen tegen een illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende derdelander. Het beroep is gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.