Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:15324

Rechtbank Den Haag · 13-12-2016 · zaaknummer AWB 16/9012

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 15-12-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser voert aan dat verweerder niet tijdig heeft beslist op de aanvraag. Verweerder heeft niet aan eiser bekend gemaakt dat de beslistermijn op grond van het besluit- en vertrekmoratorium voor Iraakse asielzoekers is verlengd. Daarom moet worden uitgegaan van een beslistermijn van zes maanden. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Bij besluit van 13 oktober 2014 heeft verweerder een besluitmoratorium ingesteld en heeft verweerder ingevolge dat besluit de beslistermijn verlengd met maximaal een jaar. Bij besluit van 29 april 2015 heeft verweerder het besluitmoratorium eenmalig verlengd en heeft verweerder ingevolge dat besluit de beslistermijn verlengd met een jaar. Ingevolge artikel 3:40 Awb treedt een besluit pas in werking nadat het is bekendgemaakt. Zoals volgt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het besluit tot het instellen van een besluitmoratorium een besluit van algemene strekking en is met publicatie van dat besluit in de Staatscourant voldaan aan de voor bekendmaking daarvan gestelde eisen, als bedoeld in artikel 3:42, eerste lid, Awb. Een bekendmaking van het besluitmoratorium aan de individuele aanvrager is niet vereist voor de toepasselijkheid van het besluitmoratorium op zijn aanvraag. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn betoog dat met ingang van 20 juli 2015 de beslistermijn op grond van artikel 43, eerste lid, Vw is verlengd tot maximaal 21 maanden. Voor de beoordeling van de vraag of verweerder tijdig heeft beslist op de aanvraag van eiser geldt als uitgangspunt het besluit van 29 april 2015 waarbij de beslistermijn is verlengd met een jaar. De beslistermijn bedraagt daarom 18 maanden. Nu de aanvraag van eiser dateert van 9 oktober 2015 had verweerder uiterlijk op 9 april 2017 moeten beslissen. Nu verweerder op 15 augustus 2016 een besluit heeft genomen op de aanvraag, is er geen grond voor het oordeel dat verweerder in gebreke was tijdig een besluit te nemen. De ingebrekestelling en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit waren daarom prematuur. Het beroep is niet-ontvankelijk. Omdat verweerder niet heeft voldaan aan het vereiste, neergelegd in artikel 43, tweede lid, aanhef en onder b, Vw, om van de verlenging van de beslistermijn aan eiser mededeling te doen, heeft de rechtbank aanleiding gezien om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.