ECLI:NL:RBDHA:2016:15027
Rechtbank Den Haag · 07-12-2016 · zaaknummer 15/8528
Inhoudsindicatie
Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank heeft verweerder in de tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld het gebrek in het bestreden besluit en het aanvullend besluit te herstellen door een nieuwe belangenafweging te maken in het kader van artikel 8 van het EVRM en daarbij alle onder 7.3 van de tussenuitspraak genoemde feiten en omstandigheden kenbaar te betrekken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn brief van 26 september 2016 het gebrek in het bestreden en het aanvullend besluit niet heeft hersteld. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de zeer langdurige procedure wisselende standpunten heeft ingenomen over het al dan niet toetsen aan artikel 8 van het EVRM. Na eenmaal het standpunt te hebben ingenomen dat deze toets in de onderhavige procedure kan plaatsvinden, is verweerder er meermalen niet in geslaagd deze toets op juiste wijze te verrichten. Gelet hierop en gezien de feiten en omstandigheden in deze zaak, in samenhang bezien, verwacht de rechtbank niet dat verweerder de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan eiser nog deugdelijk kan motiveren. Eiser heeft sinds juni 2005 onafgebroken rechtmatig verblijf in Nederland en gedurende dat verblijf een netwerk van persoonlijke, sociale en economische contacten opgebouwd. Zijn verblijfsprocedure duurt door toedoen van verweerder uitzonderlijk lang, eiser is goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, hij heeft geen sterke banden meer met zijn land van herkomst maar wel met Nederland in de vorm van werk, vrijwilligerswerk en sociale contacten en er zijn geen economische belangen of kwesties van openbare orde die in het nadeel van eiser meewegen. Onder deze bijzondere omstandigheden en uit een oogpunt van definitieve geschilbeslechting ziet de rechtbank aanleiding verweerder op te dragen aan eiser een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 8 van het EVRM.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
