ECLI:NL:RBDHA:2016:15012
Rechtbank Den Haag · 31-10-2016 · zaaknummer AWB 16/23621
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is niet in geschil dat in de maatregel van bewaring niet is aangegeven door verweerder op welke grond van artikel 59b, eerste lid, Vw de oplegging van de maatregel is gebaseerd. Reeds nu het niet kenbaar is voor eiser op welke grond de maatregel aan hem is opgelegd, moet de oplegging daarvan, gelet op artikel 5.3, eerste lid, Vb van meet af aan onrechtmatig worden geacht. Ten aanzien van het betoog van verweerders gemachtigde dat uit de motivering van het besluit valt af te leiden op welke grondslag de maatregel is gestoeld, oordeelt de rechtbank dat verweerder hierin niet wordt gevolgd. Zelfs indien zulks zou volgen uit de motivering, moet worden vastgesteld dat niet is gebleken dat aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, Vw is voldaan. Zoals verweerders gemachtigde ter zitting terecht heeft opgemerkt, is niet eerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Daarbij werd eiser ten tijde van de oplegging van maatregel niet in bewaring gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de richtlijn.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
