ECLI:NL:RBDHA:2016:14236
Rechtbank Den Haag · 17-06-2016 · zaaknummer AWB 15/5640-T en AWB 15/5641
Inhoudsindicatie
Uit het arrest van het HvJEU van 11 juni 2015, C-554/13, Z. Zh en I.O. (ECLI:EU:C:2015:377) is af te leiden dat in een situatie waarin een vertrektermijn wordt onthouden of verkort op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, verweerder moet onderzoeken of de persoonlijke gedragingen van de vreemdeling een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde vormen. Verweerder heeft in het bestreden besluit niet het juiste toetsingskader gehanteerd en heeft als gevolg daarvan naar het oordeel van de rechtbank niet alle relevante feiten meegewogen die van belang zijn voor de beoordeling of sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Eiser heeft zich in de periode van 2002 tot en met 2008 schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven en overtredingen, waaronder de smokkel van drugs. Verweerder heeft eiser daarom aan kunnen merken als recidivist. Sinds de veroordeling op 19 mei 2008 in Spanje heeft eiser echter geen strafbare feiten meer gepleegd. Daarbij heeft eiser gesteld dat hij zijn leven heeft gebeterd na de laatste veroordeling in 2008. Hoe dit moet worden gewogen in het licht van het genoemde arrest van het HvJEU van 11 juni 2015 heeft verweerder niet beoordeeld. Het tijdsverloop sinds het laatste misdrijf is inmiddels opgelopen tot ruim acht jaar (waarvan bijna vier jaar in detentie). Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom eiser ook ten tijde van het bestreden besluit moet worden aangemerkt als een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het bestreden besluit op het punt van het daadwerkelijke en actuele gevaar voor de openbare orde op een ondeugdelijke motivering berust. Verweerder wordt in deze tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
