ECLI:NL:RBDHA:2016:14010
Rechtbank Den Haag · 17-11-2016 · zaaknummer 09/837254-16
Inhoudsindicatie
De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat er sprake is geweest van een dusdanige bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte dat er sprake is van medeplegen. Immers de verdachte was erbij toen zijn medeverdachte de woning observeerde, hij was erbij toen zijn medeverdachte de schutting overklom en wist op dat moment dat zijn medeverdachte ging inbreken. Hij is weliswaar niet mee naar binnen gegaan, maar heeft de medeverdachte wel weer opgewacht. Vervolgens heeft de verdachte meegeholpen de buit te dragen en heeft hij ook een deel van de buit verkocht en in de opbrengst daarvan gedeeld. De verdachte heeft aldus een bijdrage aan de diefstal geleverd die van voldoende gewicht was om van medeplegen te kunnen spreken.
Rechters
Advocaten
- J. Lintjer
Officier van justitie
- F. van Kins
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
