ECLI:NL:RBDHA:2016:13813
Rechtbank Den Haag · 28-10-2016 · zaaknummer AWB_15/13997
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag van eiser om opheffing van de ongewenstverklaring ingewilligd en zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel “gezinsleven conform artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden” afgewezen. Verder is tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en is aan hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van 10 jaren. Nu een vreemdeling, tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd, zolang dat inreisverbod voortduurt, geen belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen de afwijzing van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning, beoordeelt de rechtbank eerst of het aan eiser opgelegde inreisverbod in stand kan blijven. Aan het inreisverbod heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser in 2002 onder een andere naam is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens overtreding van de Opiumwet, alsook dat eiser in 2005 onder een andere naam is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens poging tot diefstal met geweld. Daarom vormt eiser volgens verweerder een gevaar voor de openbare orde. Het begrip “gevaar voor de openbare orde” dient te worden uitgelegd zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) dit in het arrest van 11 juni 2015, C-554/13, Z. Zh en I.O. (ECLI:EU:C:2015:377) heeft gedaan. Verweerder heeft ten onrechte niet de uitleg van het begrip “gevaar voor de openbare orde” van het Hof gehanteerd, maar heeft zijn oordeel uitsluitend gebaseerd op de misdrijven waarvoor eiser in het verleden is veroordeeld. De overige door het Hof genoemde omstandigheden, zoals onder meer de aard en ernst van de misdrijven en het tijdsverloop sinds het plegen ervan, heeft verweerder niet meegewogen. Verweerder heeft dus niet beoordeeld of eiser een werkelijk, actueel en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde vormt zoals bedoeld in voornoemd arrest. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het beluit vernietigd. Aan bespreking van het overige komt de rechtbank niet toe.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
