Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:13555

Rechtbank Den Haag · 04-11-2016 · zaaknummer AWB 16/22764 en AWB 16/22766

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 14-11-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

“Beslistermijn in Dublin zaken” Eisers hebben op 11 februari 2016 een aanvraag asiel voor bepaalde tijd ingediend. Eisers stellen verweerder op 30 augustus 2016 in gebreke omdat niet tijdig op hun aanvragen zou zijn beslist. Bij ongedateerde beschikking heeft verweerder eisers medegedeeld dat de beslistermijn nog niet verstreken was ten tijde van de ingebrekestelling. Op 27 september 2016 hebben eisers beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000 wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Ingevolge het vierde lid van artikel 42 kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd. Artikel 42, zesde lid, Vw 2000 bepaalt dat, indien in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 niet in behandeling dient te worden genomen, de termijn, bedoeld in het eerste lid, aanvangt op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. De rechtbank is – anders dan verweerder – van oordeel dat uit het bepaalde in artikel 42, zesde lid, van de Vw 2000 niet volgt dat er geen beslistermijn geldt in zaken waarin wordt onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 van de Vw 2000 niet in behandeling dient te worden genomen zolang niet is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is. Dit zou namelijk betekenen dat, zolang de verantwoordelijkheid van Nederland nog niet vaststaat, de behandeling van de aanvraag en het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat onredelijk lang zouden kunnen gaan duren. Naar het oordeel van de rechtbank geldt in dergelijke gevallen de beslistermijn van zes maanden, als bedoeld in het eerste lid, van artikel 42 van de Vw 2000, tot het moment waarop duidelijk wordt dat niet een andere lidstaat verantwoordelijk is voor het verzoek om internationale bescherming, maar Nederland. Vanaf het moment dat duidelijk is dat Nederland verantwoordelijk is voor het verzoek geldt dan opnieuw een beslistermijn van zes maanden, omdat verweerder vanaf dat moment een inhoudelijk oordeel moet geven over het asielverzoek. De rechtbank is van oordeel dat binnen de in het eerste lid, van artikel 42, van de Vw 2000 geregelde termijn moet kunnen worden vastgesteld of Nederland dan wel een andere lidstaat verantwoordelijk is. Mocht niet Nederland, maar een andere lidstaat verantwoordelijk zijn, dan moet het voor verweerder mogelijk zijn om binnen die zes maanden de beslissing te nemen om de aanvraag op grond van artikel 30 van de Vw 2000 niet in behandeling te nemen, dan wel met toepassing van het vierde lid, van artikel 42, van de Vw 2000 van de beslistermijn te verlengen. In onderhavig geval heeft verweerder echter met de bekendmaking op 10 februari 2016 van het “Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 februari 2016, nummer WBV 2016/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000” met ingang van 11 februari 2016 de beslistermijn met toepassing van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vw 2000 met maximaal 9 maanden heeft verlengd. Derhalve was de beslistermijn ten tijde van de ingebrekestelling nog niet verstreken.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.