ECLI:NL:RBDHA:2016:13328
Rechtbank Den Haag · 18-10-2016 · zaaknummer AWB 16/12143
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser de aanvraag niet binnen drie maanden heeft ingediend na de dag waarop de verblijfsvergunning asiel is verleend aan referent. De rechtbank heeft het beroep van eiser gegrond verklaard omdat eiser, anders dan verweerder stelt, een verschoonbare reden heeft opgegeven voor deze termijnoverschrijding. Referent heeft de aanvragen voor zijn moeder en eiser op advies van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) apart ingediend van de aanvragen voor zijn echtgenote en zijn andere kinderen. Ter zitting is namens eiser aangevoerd dat (een van de medewerkers van) VWN aan referent heeft medegedeeld dat hij door het indienen van de mvv-aanvraag voor zijn echtgenote en zijn andere kinderen ook de nareistermijn voor zijn moeder en eiser heeft ‘veiliggesteld’. Deze stelling is aannemelijk geworden, omdat het past in het beeld dat uit het dossier naar voren komt. De in deze zaak spelende individuele omstandigheden, bestaande uit het advies van VWN tot splitsing van de aanvragen, de aanname van VWN dat de termijn die gold voor de onderhavige aanvraag door het indienen van de eerste aanvraag al was veiliggesteld en de daardoor ontstane verwarring, maakt dat de termijnoverschrijding in dit geval in redelijkheid verschoonbaar moet worden geacht. In het dossier bevindt zich ook een brief van Dirk van Dongen, werkzaam bij VWN Hoogeveen, gedateerd op 20 februari 2015, met als doel het indienen van een (vormvrije) aanvraag voor eiser en de moeder van referent. Dit stuk past volledig in het betoog van referent voor zover dat er op neerkomt dat hij al vanaf een vroeg stadium van plan was ook eiser te laten nareizen, dat hij hiervoor ook vanaf het begin aandacht heeft gevraagd en dat hij zich actief heeft opgesteld. Bovendien is op het aanvraagformulier waarop de onderhavige beslissing is gebaseerd de datum van ondertekening 12 juni 2015 doorgestreept en vervangen door de datum 31 juli 2015. Gezien de voornoemde omstandigheden heeft verweerder de termijnoverschrijding in redelijkheid niet aan eiser kunnen tegenwerpen.
Rechters
Advocaten
- H.M.A.E. van Ooijen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
