ECLI:NL:RBDHA:2016:13177
Rechtbank Den Haag · 03-10-2016 · zaaknummer AWB 16/20041 & 16/20042
Inhoudsindicatie
Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte heeft bepaald dat hij evident meerderjarig is. Eiser heeft altijd zijn minderjarige leeftijd opgegeven. Verweerder heeft zich op het volgende standpunt gesteld. Eiser heeft wisselende verklaringen afgelegd over zijn geboortedatum en aldus zijn leeftijd. Vanwege de uiterlijke kenmerken van eiser is twijfel ontstaan aan de opgegeven leeftijd van 17 jaar bij de gehoormedewerker. Daarom is eiser geschouwd door twee medewerkers van de IND en een collega van de vreemdelingenpolitie. Van die bevindingen is een proces-verbaal opgemaakt. De schouw is uitgevoerd conform hetgeen is neergelegd in het beleid en wetgeving. Eiser heeft zijn gestelde leeftijd op geen enkele wijze nader onderbouwd met documenten dan wel met aansluitende verklaringen over zijn levensloop. Uit het voornoemde proces-verbaal blijkt dat eiser vragen zijn gesteld over zijn levensloop. Eiser kan niet zeggen op welke leeftijd hij naar school is geweest. Hij kan niet aangeven waarop hij de minderjarigheid dan precies baseert. Hij geeft enkel aan dat hij het zeker weet. Gelet op de verklaringen van eiser, de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan verweerder niet gevolgd worden in zijn standpunt dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum en aldus zijn leeftijd. De rechtbank stelt voorts met eiser vast dat de schouw niet is uitgevoerd door leeftijdsdeskundigen en evenmin is gebaseerd op een wetenschappelijke grondslag. Van een deskundigenonderzoek is dan ook geen sprake. Beoordeeld moet worden of de conclusie dat eiser evident meerderjarig is, gedragen kan worden door de bevindingen zoals vermeld in het proces-verbaal. De rechtbank kan eiser volgen in het standpunt dat de kenmerken in het proces-verbaal worden genoemd, namelijk een teruggetrokken haargrens, de zichtbare adamsappel en “werkhanden”, op zichzelf niet de conclusie kunnen dragen dat eiser evident meerderjarig is. Deze conclusie is kennelijk gebaseerd op de veronderstelling dat de waargenomen kenmerken uitsluitend bij personen kunnen voorkomen die ouder zijn dan 18 jaar, hetgeen op geen enkele wijze is onderbouwd met objectieve en verifieerbare gegevens. Overigens heeft de rechtbank ter zitting een teruggetrokken haargrens bij eiser niet kunnen vaststellen. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaruit blijkt dat alleen een visuele inspectie, zelfs wanneer deze wordt uitgevoerd door een arts, niet kan leiden tot een indicatie van een leeftijd van een persoon, zelfs niet tot een benadering daarvan (zie het arrest van het EHRM van 10 oktober 2014 inzake Mugenzi tegen Frankrijk, 2014/225, rechtsoverweging 58).
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
