ECLI:NL:RBDHA:2016:13005
Rechtbank Den Haag · 12-10-2016 · zaaknummer AWB 16/12710
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder in het bestreden besluit, conform de brief van 26 mei 2016, het risico op een schending van artikel 3 EVRM in het geval van eiser (hij moet reizen via Al Shabaab gebied) als een gegeven moeten beschouwen en onderzoek moeten doen naar een mogelijk vestigingsalternatief dan wel had verweerder moeten motiveren waarom hij, tegen de achtergrond van de brief van 26 mei 2016, toch vasthoudt aan het in artikel C7/24.4.5 van de Vc 2000 neergelegde toetsingskader. Verweerder heeft noch het een, noch het ander gedaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
