ECLI:NL:RBDHA:2016:12678
Rechtbank Den Haag · 18-10-2016 · zaaknummer AWB 16/21253
Inhoudsindicatie
Duitsland is akkoord gegaan met Dublinclaim wegens afgifte van een BÜMA. Van verantwoordelijkheid van Duitsland op grond van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening is echter pas sprake als de vreemdeling daar een asielverzoek heeft ingediend. De rechtbank is, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling, van oordeel dat een verzoek om internationale bescherming pas is ‘ingediend’ in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening op het moment dat een formele aanvraag wordt ingediend. Een BÜMA kan niet als een dergelijke formele aanvraag worden gezien. Duitsland is dus niet op grond van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk. Nu ook overigens niet is onderbouwd dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek van eiser, is niet onderbouwd waarom de verplichtingen uit hoofde van artikel 18 van de Dublinverordening op Duitsland rusten. Duitsland is dan ook ten onrechte akkoord gegaan met het claimverzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
