Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2016:12328

Rechtbank Den Haag · 05-10-2016 · zaaknummer AWB 16/6624

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 13-10-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres is vier jaar oud en doof geboren. De ouders van eiseres hebben, mede namens eiseres, tweemaal een aanvraag ingediend tot het verlenen van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft die aanvragen afgewezen. Het gezin van eiseres verblijft in een gezinslocatie, ter voorbereiding op hun vertrek naar het land van herkomst. Eiseres heeft verweerder verzocht om vergoeding van de kosten van een cochleair implantaat (CI) en de bijbehorende behandeling. Verweerder heeft het verzoek van eiseres afgewezen onder toepassing van de Regeling zorg asielzoekers (Rza) en omdat niet is gebleken van medisch noodzakelijke zorg in de zin van artikel 10, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat verweerder zijn brief, waarin hij het verzoek van eiseres tot vergoeding van de kosten van een CI heeft afgewezen, ten onrechte heeft aangemerkt als een op grond van artikel 72, derde lid, Vw met een besluit gelijk te stellen handeling jegens een vreemdeling als zodanig. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat verweerder haar bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De rechtbank stelt vast dat verweerder de Rza, hoewel die regeling slechts van toepassing is op asielzoekers die recht hebben op verstrekkingen vanwege het COa, in de praktijk ook toepast op (minderjarige) vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die verblijven in een gezinslocatie. Daarmee is sprake van een vaste gedragslijn die op één lijn is te stellen met buitenwettelijk begunstigend beleid. Nu de vergoeding van de kosten van een CI in paragraaf 11.21 Rza is uitgesloten, is er geen grond voor het oordeel dat verweerder zijn vaste gedragslijn niet op consistente wijze heeft toegepast door het verzoek van eiseres af te wijzen onder verwijzing naar de Rza. Er is voorts geen grond voor het oordeel dat eiseres, zolang zij feitelijk in Nederland verblijft, recht heeft op vergoeding van medische kosten conform het basispakket van de zorgverzekering, waarin vergoeding van een CI wel is opgenomen. Ingevolge artikel 10, tweede lid, Vw, kunnen vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf hebben immers uitsluitend aanspraak maken op vergoeding van de kosten van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg. Niet is aangetoond dat implantatie van een CI medisch noodzakelijk wordt geacht. Er is geen grond is voor het oordeel dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd de kosten voor implantatie van een CI en de daarbij behorende nazorg aan eiseres te vergoeden.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.