ECLI:NL:RBDHA:2016:12148
Rechtbank Den Haag · 07-10-2016 · zaaknummer SGR 16/8034
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 september 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder kenbaar de door verzoekster gewenste demonstratie en voorgestelde route toe te staan maar onder het voorschrift dat “het hakenkruis en daarop gelijkende tekens tijdens de demonstratie van verzoekster op 9 oktober 2016 in Den Haag in geen enkele uitingsvorm zichtbaar zijn”. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat zij tijdens de demonstratie haar logo, bestaande uit onder andere een hakenkruis dat in de prullenbak wordt gegooid, mag tonen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder, door het beperkende voorschrift te stellen, anders dan door verweerder betoogd, de inhoud van de te openbaren gedachten en gevoelens van de betoging raakt. Een aanknopingspunt voor dit oordeel kan ook worden gevonden in het standpunt van verweerder dat voor zover verzoekster met dit onderdeel van het logo verwerping van de nationaalsocialistische ideologie onderschrijft, verzoekster die tot uiting zou kunnen laten komen op een andere wijze dan het tonen van een hakenkruis dat in een prullenbak wordt gegooid. Aan verweerder komt echter niet de bevoegdheid toe om te bepalen dat het door verzoekster te gebruiken beeldmateriaal moet worden vervangen door woorden. Het logo van Pegida, weergegeven in een symbool van een onder meer een hakenkruis dat in de prullenbak wordt gegooid, betreft een wezenlijk onderdeel van hetgeen deze organisatie wil betogen. Door te bepalen dat een deel van het logo niet mag worden getoond, wordt Pegida beperkt in het uiten van haar mening. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een beperking van verzoeksters recht op betoging. Een beperking die, gelet op het bepaalde in artikel 5, derde lid, van de WOM expliciet niet is toegestaan. Ook in het geval het standpunt van verweerder zou worden gevolgd dat het beperkende voorschrift niet ziet op de inhoud maar op de verschijningsvorm van de betoging, waarbij verweerder een vergelijking heeft gemaakt met de mogelijkheid om beperkingen te stellen aan bij een betoging mee te voeren fakkels, is verweerder er naar het voorlopig oordeel niet in geslaagd aannemelijk te maken dat met het beperkende voorschrift de kans op wanordelijkheden afneemt. Verzoekster heeft er op gewezen dat in alle gevallen waarin zij tot nog toe een betoging heeft georganiseerd als gevolg van tegendemonstraties wanordelijkheden zijn ontstaan, ook bij die waarbij verzoekster het hakenkruis in het logo had afgeschermd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
