ECLI:NL:RBDHA:2016:11774
Rechtbank Den Haag · 29-09-2016 · zaaknummer 16_2219 WSFBSF
Inhoudsindicatie
Bij een huisbezoek in november 2015 is vastgesteld dat eiser niet woonde op het adres waarop hij op dat moment in de BRP stond ingeschreven. Wegens een verbouwing woonde er op dat moment niemand in de bewuste woning. Verweerder heeft de aan eiser vanaf 1 september 2015 toegekende studiefinanciering naar de norm van een uitwonende studerende vervolgens herzien naar de norm van een thuiswonende studerende en een bestuurlijke boete opgelegd. Nu door de hoofdbewoner toestemming is verleend voor het huisbezoek en niet aannemelijk is gemaakt dat eiser beschikte over een afzonderlijk en afsluitbaar gedeelte dat bestemd was voor het exclusief woongebruik van eiser, is geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. Voorts heeft eiser geen bewijs geleverd waaruit onomstotelijk blijkt dat hij voorafgaande aan het huisbezoek wel woonachtig was op het BRP-adres. Naar het oordeel van de rechtbank is de studiefinanciering terecht vanaf 1 september 2015 herzien en is de boete terecht opgelegd. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake nu niet in geschil is dat eiser op het moment van het huisbezoek niet op het BRP-adres woonachtig was. Het is in een dergelijk geval niet aan verweerder om nader onderzoek te doen. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
